Startpagina | IK VERZAMEL . . . | LINKS | VOORLAATSTE NIEUWE FOTO'S

De vliegende tering

"De vliegende tering"

Niemand voelde aan hoe mijn hart hunkerde naar wat medeleven. Ik was me er zelf ook niet zo van bewust. Ik vond het heel gewoon dat er weinig notitie van mij genomen werd. En dacht dat ik zelf maar een nul was en leefde meestal in een droomwereld. Met het speelkwartier bleef ik tegen de muur staan. Als ze om een kind verlegen waren, voor in de kring of zo, riepen ze mij en als een hondje kwam ik dan aangelopen. Ook voor 't touwtje springen hadden ze mij wel eens nodig, om het touw vast te houden en vaak sprong ze dan ook wel eens mee. Kwaad waren de kinderen niet, ze vergaten mij gewoon, omdat ik nergens aanspraak op maakte. De school verstrekte krentebollen met een boerebontkom warme melk - ongeveer een kwartliter - alleen voor zwakke kinderen. Maar de onderwijzers pikten er wel eens arme kinderen uit, die kregen dan ook wat, als er wat ziek waren. Omdat ik nog al eens tegen de muur stond, mocht ik nog wel eens mee naar de klas. De zwakke kinderen kokhalsden vaak van de vellen en kregen met moeite alles naar binnen. Ik begreep dat niet, ik was wel arm, maar kerngezond en had altijd honger. Ik smulde geweldig van die heerlijke nog warme krentebol, de warme melk in die grote mooie kom en het rustige zitten met etende kinderen. Ik miste het alleen weer erg als ik weer beter was. Altijd had ik honger. Het was niet dat ik te weinig thuis kreeg - er was altijd eten genoeg - maar de maag was zo weer leeg. Om vier uur uit school kreeg ik een flinke boterham, dan zes uur weer zo veel als iedereen op kon. En als moeder vast de wortels of knolraap schoonmaakte voor de andere dag, schooide ieder kind graag wat van dat ruwe voedsel. Zo kregen ze vanzelf en onbewust de nodige vitaminen binnen. Ondanks dat, hadden de kinderen veel last van parasieten. Ze hadden vaak een zeurderige pijn in hun buik en als moeder ze dan wormkoekjes of wormolie gaf raakten ze kluiten spoelwormen en maaien kwijt. Naar de dokter gingen ze er niet voor. 't Kostte te veel en in 't ziekenfonds waren ze niet. Vooral ik had er veel last van en zag er dan ook altijd wat bleek en armetierig uit, ondanks mijn toch wel goede gezondheid. Er lagen nog wat mensen in een tentje, die T.B.C hadden, maar geen van onze kinderen heeft het ooit gekregen. Ze hadden genoeg weerstand. Jaren lagen die mensen daar dan. Beter werden ze zelden. De tent draaide met de zon of tegen de wind mee. Die zieken kregen dikke vadsige lichamen door 't te veel opgedrongen eten, doch medicijnen waren er niet voor.